Ga direct naar inhoud
Terminologie

Afkortingen in de Zorg: Uw Complete Naslagwerk

Complete lijst van afkortingen in de zorg in 2026. Van AVG tot ZRM: alle letterwoorden uitgelegd per categorie.

De afkortingsjungle

De zorgsector is berucht om het veelvuldig gebruik van afkortingen. In één overleg kunnen tientallen letterwoorden voorbijkomen. Dit naslagwerk biedt een overzicht van de meest voorkomende afkortingen in de ambulante zorg, gegroepeerd per thema. Afkortingen zijn geordend per categorie voor gemakkelijk zoeken. Bij elke afkorting staat een korte uitleg en waar relevant een verwijzing naar een uitgebreider artikel. Afkortingen die specifiek zijn voor de situatie van 2026 zijn als zodanig gemarkeerd.

Het kennen van afkortingen is noodzakelijk om te functioneren in de zorgsector. Tegelijk moet worden gewaakt voor het automatisch gebruiken van afkortingen in contact met cliënten.


Wetten en regelgeving

AVG: Algemene Verordening Gegevensbescherming. De Europese privacywetgeving die sinds 2018 geldt.

Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning. De wet die gemeentelijke ondersteuning regelt voor zelfstandig wonen en participatie.

Wlz: Wet langdurige zorg. De wet voor mensen die blijvend 24-uurs zorg nodig hebben.

Zvw: Zorgverzekeringswet. De wet die de basiszorgverzekering regelt.

Wgbo: Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Regelt de rechten van patiënten bij medische behandeling.

Wkkgz: Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg. Regelt kwaliteitseisen en klachtrecht in de zorg.

Wzd: Wet zorg en dwang. Regelt onvrijwillige zorg bij mensen met een verstandelijke beperking of dementie.

Wvggz: Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Regelt gedwongen zorg in de psychiatrie.

Wmcz: Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen. Regelt de rechten van cliëntenraden.

Jeugdwet: De wet die jeugdhulp en jeugdbescherming regelt voor minderjarigen.

Lees meer in Wmo 2015 Uitgelegd.

BELANGRIJK VOOR 2026

De wettelijke afkortingen vormen het fundament van het zorgstelsel. Kennis hiervan is essentieel om de positie van cliënten en de verantwoordelijkheden van zorgaanbieders te begrijpen.


Instanties en organisaties

CAK: Centraal Administratie Kantoor. Berekent en int de eigen bijdrage voor Wmo en Wlz.

CIZ: Centrum Indicatiestelling Zorg. Beoordeelt aanvragen voor Wlz-zorg.

UWV: Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen. Voert de Wajong en WIA uit.

IGJ: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Houdt toezicht op de kwaliteit van zorg.

AP: Autoriteit Persoonsgegevens. Houdt toezicht op de naleving van de AVG.

VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Behartigt de belangen van gemeenten.

VGN: Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland. Branchevereniging voor de gehandicaptenzorg.

GGD: Gemeentelijke Gezondheidsdienst. Voert publieke gezondheidstaken uit.

MEE: Organisatie voor cliëntondersteuning bij beperkingen. Biedt onafhankelijke ondersteuning.

SVB: Sociale Verzekeringsbank. Keert PGB’s uit via het trekkingsrecht.

RvdK: Raad voor de Kinderbescherming. Adviseert de rechter bij kinderbeschermingsmaatregelen.

IFZO: Indicatiestelling Forensische Zorg. Onderdeel van DJI dat forensische zorg indiceert.

DJI: Dienst Justitiële Inrichtingen. Beheert gevangenissen en forensische klinieken.

Lees meer in Het CIZ.


Zorgvormen en indicaties

AB: Ambulante begeleiding. Begeleiding in de thuissituatie.

DB: Dagbesteding. Gestructureerde activiteiten overdag.

BW: Begeleid wonen. Woonvorm met ambulante begeleiding.

BgI: Begeleiding individueel. Eén-op-één begeleiding.

BgG: Begeleiding groep. Begeleiding in groepsverband (dagbesteding).

VPT: Volledig Pakket Thuis. Wlz-zorg volledig thuis ontvangen.

MPT: Modulair Pakket Thuis. Combinatie van Wlz-zorg thuis en ZIN.

PGB: Persoonsgebonden budget. Budget om zelf zorg in te kopen.

ZIN: Zorg in Natura. Zorg geleverd door gecontracteerde aanbieders.

ZZP: Zorgzwaartepakket. Oude term voor zorgprofiel in de Wlz.

VG: Verstandelijk Gehandicapt. Grondslag in de Wlz.

LG: Lichamelijk Gehandicapt. Grondslag in de Wlz.

VV: Verpleging en Verzorging. Zorgprofiel voor somatische zorg in de Wlz.

GGZ-C: GGZ-wonen met intensieve begeleiding. Zorgprofiel in de Wlz.


Doelgroepen en diagnoses

LVB: Licht Verstandelijke Beperking. IQ 50-85 met adaptieve beperkingen.

MVB: Matig Verstandelijke Beperking. IQ 35-50.

EVB: Ernstig Verstandelijke Beperking. IQ 20-35.

ZEVMB: Zeer Ernstig Verstandelijk en Meervoudig Beperkt.

EPA: Ernstige Psychiatrische Aandoening. Chronische, invaliderende psychiatrische stoornis.

ASS: Autisme Spectrum Stoornis. Ontwikkelingsstoornis met beperkingen in sociale interactie.

ADHD: Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Aandachtsstoornis met hyperactiviteit.

PTSS: Posttraumatische Stressstoornis. Psychische stoornis na trauma.

NAH: Niet-Aangeboren Hersenletsel. Hersenletsel na geboorte (door ongeval, beroerte, etc.).

SOM: Somatiek. Lichamelijke aandoeningen.

PG: Psychogeriatrie. Dementie en aanverwante aandoeningen.

Lees meer in LVB: Begeleiding bij Licht Verstandelijke Beperking.

LET OP: RISICO

Vermijd het reduceren van cliënten tot hun diagnose-afkorting. Een cliënt is meer dan “een LVB’er” of “een EPA-patiënt”.


Instrumenten en methodieken

ZRM: Zelfredzaamheid-Matrix. Instrument om zelfredzaamheid op 11 leefgebieden te meten.

HCR-20: Historical Clinical Risk Management. Risicotaxatie-instrument voor geweld.

FARE: Forensic Ambulant Risico Evaluatie. Risicotaxatie in de forensische zorg.

SRH: Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen (Krachtwerk).

IPS: Individual Placement and Support. Methodiek voor arbeidsre-integratie bij EPA.

FACT: Flexible Assertive Community Treatment. Intensieve ambulante behandeling voor EPA.

EKC: Eigen Kracht Conferentie. Methodiek waarbij het netwerk samenkomt om een plan te maken.

SMART: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden. Methode voor doelformulering.

CGT: Cognitieve Gedragstherapie. Behandelmethodiek gericht op gedachten en gedrag.

EMDR: Eye Movement Desensitization and Reprocessing. Traumabehandeling.

Lees meer in Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM).


De Overgang: Van 18- naar 18+ (Regels 2026)

De transitie naar volwassenheid brengt nieuwe afkortingen met zich mee.

Jeugdwet → Wmo: Van JH (Jeugdhulp) naar AB (Ambulante begeleiding).

Jeugdreclassering → Reclassering: Van JR naar 3RO (de drie reclasseringsorganisaties).

Nieuwe afkortingen:

Bij de overgang komen nieuwe afkortingen in beeld:

  • AOW (pensioenleeftijd, relevant voor langetermijnplanning)
  • Wajong (arbeidsongeschiktheid jonggehandicapten)
  • WIA (arbeidsongeschiktheid na werknemerschap)

Uitleg geven: De jongere kent de afkortingen van de jeugdhulp maar moet de afkortingen van de volwassenenzorg leren. Maak een persoonlijk overzicht.

Lees meer in Jeugdwet versus Wmo.


Financiële afkortingen

EB: Eigen bijdrage. Bedrag dat de cliënt zelf betaalt.

PGB: Persoonsgebonden budget. Budget om zelf zorg in te kopen.

ZIN: Zorg in Natura. Door de gemeente/zorgkantoor gecontracteerde zorg.

CAK: Centraal Administratie Kantoor. Int de eigen bijdrage.

SVB: Sociale Verzekeringsbank. Beheert het PGB-trekkingsrecht.

HT: Huurtoeslag. Toeslag voor huurders met laag inkomen.

ZT: Zorgtoeslag. Toeslag voor de zorgverzekering.

KGB: Kindgebonden Budget. Toeslag voor ouders.

WSNP: Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Wettelijke schuldsanering.

MSNP: Minnelijke Schuldregeling Natuurlijke Personen. Vrijwillige schuldsanering.

BB: Beschermingsbewind. Financieel beheer door een bewindvoerder.

LOVCK: Landelijk Overleg Vakinhoud Curatele en Kantonrechterstoezicht. Stelt tarieven vast voor bewindvoering.

Lees meer in Bewindvoering en Schulden.

Officiële bronnen:


Eenvoudige samenvatting

De zorg kent veel afkortingen: voor wetten (Wmo, Wlz), instanties (CIZ, CAK), zorgvormen (PGB, ZIN) en doelgroepen (LVB, EPA). Dit overzicht helpt bij het begrijpen van de meest voorkomende afkortingen. Naar cliënten is het belangrijk om afkortingen uit te leggen of te vermijden.